Waarschuwingsbericht

The subscription service is currently unavailable. Please try again later.

Wespendief

Pernis apivorus
Fauna
Vogels

=

Behoud van het huidige areaal van 6.000 km²

=

Behoud van de huidige populatie van gemiddeld 200 broedparen

+

Oplossen van niet afgestemd menselijk gebruik, tekort aan kwaliteit van het leefgebied. Geen extra oppervlakte leefgebied nodig naast de vooropgestelde extra oppervlaktes Europees te beschermen habitats en leefgebied van andere Europees te beschermen soorten en de algemene kwaliteitsverbetering ten gevolge van het huidige milieubeleid.

De Wespendief lijkt sterk op de Buizerd maar heeft een smallere kop, langere staart en houdt de vleugels plat bij het zweven. Het mannetje heeft een grijze kop en bovendelen, gele ogen en twee zwarte staartbanden die ver verwijderd zijn van de brede eindband. Vrouwtjes zijn bruiner met dichter bij elkaar liggende staartbanden. In het voorjaar wordt een spectaculaire balts vertoond waarbij het mannetje luid met de vleugels boven het lichaam klapt.

De Wespendief broedt van Midden-Spanje tot Zuid-Scandinavië, tot halfweg in Azië en overwintert ver in tropisch Afrika. In Vlaanderen is de soort een zomervogel van begin mei tot september. Wespendieven broeden er in bijna alle grote bosgebieden met vooral in het oosten relatief hoge aantallen. In Oost- en West-Vlaanderen is hun aanwezigheid veel meer versnipperd (net als hun broed-habitat). De totale Vlaamse populatie wordt geschat op 160 à 240 paren.

Verstoring of vernietiging van de nestplaats, een hoge recreatiedruk en onaangepast bosbeheer zijn de voornaamste bedreigingen voor de soort.

Een bosbeheer gericht op een gevarieerd, halfopen loofhoutbos met oude bomen geniet de voorkeur. De open plekken zijn vooral van belang om te foerageren. Recreatie in de broedgebieden wordt best gereguleerd of beperkt.

Het is een roofvogel van grote, vaak oudere bosgebieden met open stukken, bij voorkeur met veel gevarieerd loofhout. Sparrenaanplanten worden gemeden, maar de soort komt plaatselijk wel voor in dennenbossen met heideondergroei. Op trek pleistert de Wespendief wel in meer open omgevingen. Het voedsel bestaat grotendeels uit wespen- en bijenlarven waarvan de holen uitgegraven worden. Hij vangt echter ook amfibieën, reptielen en kleine tot middelgrote vogels en zoogdieren. Het relatief kleine nest wordt hoog in een vork van de stam gemaakt, op een rustige plek.

Jaarlijkse broedvogel