Boomleeuwerik

Lullula arborea
Fauna
Vogels

=

Behoud van het huidige areaal van 3.000 km²

=

Behoud van de huidige populatie van gemiddeld 650 broedparen

+

Oplossen van vegetatiewijziging, tekort aan kwaliteit van het leefgebied. Geen extra oppervlakte leefgebied nodig naast de vooropgestelde extra oppervlaktes Europees te beschermen habitats en leefgebied van andere Europees te beschermen soorten en de algemene kwaliteitsverbetering ten gevolge van het huidige milieubeleid.

De Boomleeuwerik is een vrij kleine leeuwerik met opvallend korte staart, een mooi afgelijnd borstbandje en een opvallend koppatroon met o.a. een duidelijke, brede wenkbrauwstreep. De wenkbrauwstrepen komen in een ‘V’ samen op het achterhoofd. Het enige andere opvallende kenmerk van het anders bruin gestreepte en geschelpte verenkleed is de lichte streep op de bovenkant van de handvleugel. De soort valt vooral op door haar roep en opvallende, melodieuze zang die ze in een zangvlucht brengt op 100 à 150 m hoogte.

Het broedareaal omvat bijna heel Europa, noordelijk tot in Zuid-Scandinavië. De vogels die noordelijk van ons broeden, trekken zuidelijker om te overwinteren. In Vlaanderen is het een vrij talrijke broedvogel van de zandige gebieden in Limburg en de noordelijke en oostelijke Kempen, met in totaal vermoedelijk ongeveer 600 paren. In heiderelicten elders in Vlaanderen en in de duinen is de Boomleeuwerik nagenoeg verdwenen.

Geschikte biotopen verdwijnen door bebossing en spontane bosontwikkeling, het verdwijnen van actieve stuifzandgebieden en door urbanisatie. Verder is de soort ook gevoelig voor verstoring en een hoge recreatiedruk in haar leefgebied.

In de heide- en duingebieden dient het beheer gericht te worden op het behoud en herstel van grote open zones met spaarzame vegetatie door kappen, plaggen en/of begrazen. Verstoring moet zoveel mogelijk geweerd worden.

De Boomleeuwerik is een vogel van zandige gebieden met verspreide bomen of struiken. Bij ons zijn dat heiden, kapvlaktes, aanplantingen en open naald- of gemengd parkachtig bos op zandige bodem, afgewisseld met open, korte vegetatie. De meeste tijd wordt doorgebracht op de grond waar op de vrij kale bodem naar voedsel wordt gezocht. Het voedsel bestaat vooral uit allerlei ongewervelden; in het voorjaar ook mals groen en zaden van de Grove den. In tegenstelling tot andere leeuweriken zit deze soort ook vaak open en bloot in bomen, struiken of op draden.

Jaarlijkse broedvogel