Waarschuwingsbericht

The subscription service is currently unavailable. Please try again later.

Kolgans

Anser albifrons
Fauna
Vogels

=

Behoud van het huidige areaal

=

Behoud van de huidige populatie van gemiddeld 20.000 exemplaren

+

Oplossen van versnippering, niet afgestemd menselijk gebruik, tekort aan kwaliteit van het leefgebied. Geen extra oppervlakte leefgebied nodig naast de vooropgestelde extra oppervlaktes Europees te beschermen habitats en leefgebied van andere Europees te beschermen soorten en de algemene kwaliteitsverbetering ten gevolge van het huidige milieubeleid.

De Kolgans is een middelgrote gans met als opvallendste kenmerken een witte vlek vanaf de snavelbasis tot op het voorhoofd en zwarte dwarsbanden op de buik. Juveniele vogels missen beide kenmerken. De snavel is volledig roze en de poten oranjerood. De bovendelen zijn bruin met smalle, lichte veerranden. Deze soort kan alleen met de zeldzame, doorgaans kleinere Dwerggans verward worden, maar de Kolgans heeft meestal geen opvallende gele oogring, heeft een langere snavel en een minder steil voorhoofd.

Het broedareaal strekt zich uit over heel Siberië tot net ten westen van de Oeral. Binnen Europa is er nog een populatie in Groenland. Binnen West-Europa wordt overwinterd van Duitsland tot Frankrijk, met daarbij het zuidelijk deel van het Verenigd Koninkrijk. In Vlaanderen overwinteren in de periode oktober tot maart tot maximaal 45.000 Kolganzen. De belangrijkste pleisterplaatsen situeren zich in de Oostkustpolders waar geregeld tot meer dan 20.000 exemplaren worden geteld. Ook in de IJzervallei (max. 14.000) en het Oost-Vlaamse Krekengebied (max. 19.000) wordt de 1%-norm regelmatig overschreden. Deze soort heeft de voorbije decennia zijn areaal aanzienlijk uitgebreid. Langs de Maas en in het Antwerpse gaat het meestal om kleinere aantallen (tot enkele duizenden exemplaren). Recent worden er ook in Vlaanderen broedende Kolganzen aangetroffen. De jaarlijkse populatie in Vlaanderen wordt geschat op 3-6 paren. De oorsprong van deze broedgevallen is onzeker. Enerzijds kunnen overwinterende, gewonde vogels hier overzomeren en tot broeden komen. Anderzijds kunnen ontsnapte vogels uit watervogelcollecties ook in het wild gaan broeden.

De soort heeft vooral te lijden onder habitatverlies, verstoring en intensivering van de landbouw.

De soort heeft in de overwinteringsgebieden behoefte aan open landschappen met voldoende poldergraslanden en, in mindere mate, akkers met oogstresten (bv. resten van aardappel- en bietenteelt). Essentieel is het voorzien van voldoende rust. In geval van verstoring moet een rustige slaapplaats voorhanden zijn.

De Kolgans broedt in de Siberische laaglandtoendra, vaak dicht bij meren of rivieren. In de winter zitten ze vooral op graslanden. Er wordt ook wel, zij het beperkt, gefoerageerd op pas ingezaaide graanculturen, maïsakkers en oogstresten van aardappelen en suikerbieten. In de Oostkustpolders komen ze samen voor met Kleine rietganzen, elders soms met Grauwe ganzen. Zoals de meeste ganzen wordt dikwijls teruggekeerd naar traditionele overwinteringsplaatsen.

Doortrekker/overwinteraar in internationaal belangrijke aantallen (geregeld >1% van de biogeografische populatie in 1 of meerdere gebieden)