Waarschuwingsbericht

The subscription service is currently unavailable. Please try again later.

Schorren met Slijkgras (1320)

Dit habitattype bestaat uit soortenarme gemeenschappen op de overgang tussen slik en schor die bij elk getij overstromen. Het water kan zowel zout als sterk brak zijn. De vegetaties worden gedomineerd door Engels slijkgras dat groeit in dichte tot losse zoden. Slijkgrasvegetaties in het Schelde- en IJzer-estuarium overlappen met het habitattype 1130 (estuaria). De kensoort Klein slijkgras is momenteel uitgestorven in België. De soort is volledig verdrongen door het meer concurrentiekrachtige Engels slijkgras (synoniem Bastaardslijkgras), een hybride van Klein slijkgras en de Noord-Amerikaanse Spartina alterniflora.

Slikken, schorren en kusthabitats
1320
Schorren met slijkgrasvegetatie (Spartinion maritimae)
Schorren met Slijkgras

Dit habitattype bestaat uit soortenarme gemeenschappen op de overgang tussen slik en schor die bij elk getij overstromen. Het water kan zowel zout als sterk brak zijn. De vegetaties worden gedomineerd door Engels slijkgras dat groeit in dichte tot losse zoden. Slijkgrasvegetaties in het Schelde- en IJzer-estuarium overlappen met het habitattype 1130 (estuaria). De kensoort Klein slijkgras is momenteel uitgestorven in België. De soort is volledig verdrongen door het meer concurrentiekrachtige Engels slijkgras (synoniem Bastaardslijkgras), een hybride van Klein slijkgras en de Noord-Amerikaanse Spartina alterniflora. De uitbreiding van Engels slijkgras werd in de jaren 1920 bevorderd door aanplantingen in de Westerschelde om de slikken te stabiliseren. Door haar vlezige wortelstokken is deze soort goed bestand tegen erosie. Zo verdraagt ze beter de versterkte getijdenwerking als gevolg van de vaargeulverdiepingen in de Schelde. Nadien heeft deze soort zich spontaan verspreid. Door het verdwijnen van Klein slijkgras dienen de huidige slijkgrasvegetaties in feite als een ecologisch suboptimale vorm van dit habitattype te worden beschouwd. Waar Engels slijkgras grote oppervlaktes inneemt en de oppervlakte slik beperkt wordt, daalt de beschikbare foerageerruimte voor waadvogels sterk. Slijkgrasvegetaties spelen een belangrijke rol in de successie van slik naar schor. Deze overblijvende soort vormt bulten waardoor de ophoging van het terrein versneld wordt. Op de hoge slikken neemt de vitaliteit van Engels slijkgras sterk af en ontstaan schorrenvegetaties (habitattype 1330). De dichte slijkgrasvegetaties vormen een geschikte schuilplaats voor halofiele spinnen en kevers van het slik en het lage schor om het dagelijkse getij te overleven. Het Wadslakje komt vaak in grote aantallen voor.

Dit habitattype is “uiterst zeldzaam” in Vlaanderen. Het areaal is beperkt tot de IJzermonding, het Zwin, lokaal in de Baai van Heist en het sterk brakke gedeelte van het Schelde-estuarium vanaf Antwerpen tot aan de Nederlandse grens. Binnendijks komen slijkgrasvegetaties niet voor.

Behoud van ruimte voor natuurlijke dynamiek met een successie van slik naar schor. Deze vegetaties behoeven verder geen beheer.

- Inheemse vegetaties met Klein slijkgras zijn volledig verdrongen door begroeiingen met Engels slijkgras. - Ecotoopverlies, o.a. door opspuitingen. - Versterkte erosie van slikken, o.a. door vaargeulverdiepingen.

Dit natuurtype ontwikkelt spontaan in buitendijkse gebieden, afhankelijk van de dynamiek en het zoutgehalte van het water.

Het habitattype komt optimaal voor op onstabiele, waterrijke, sterk brakke tot zoute kleigronden in een zone tussen de gemiddelde laagwaterlijn en de gemiddelde hoogwaterlijn. Slijkgras komt ook voor langs kreken en lager gelegen kommen in schorren. Op zandigere bodems is deze gemeenschap slechts fragmentarisch ontwikkeld.

** Voor advisering in het kader van de passende beoordeling wordt uitsluitend gebruik gemaakt van de referentiewaarden die in de praktische wegwijzers zijn opgenomen.**