Waarschuwingsbericht

The subscription service is currently unavailable. Please try again later.

Middelste bonte specht

Dendrocopos medius
Fauna
Vogels

+

Uitbreiding van het huidige areaal tot minimaal 3.000 km²

+

Uitbreiding van de huidige populatie tot minimaal 75 broedparen

+

Oplossen van tekort aan kwaliteit van het leefgebied. Geen extra oppervlakte leefgebied nodig naast de vooropgestelde extra oppervlaktes Europees te beschermen habitats en leefgebied van andere Europees te beschermen soorten en de algemene kwaliteitsverbetering ten gevolge van het huidige milieubeleid.

De Middelste bonte specht is een vrij kleine specht die in vlucht en algemeen aspect sterk gelijkt op de wijd verspreide Grote bonte specht. Zowel het mannetje als het vrouwtje van de Middelste bonte specht hebben echter een volledig rode kruin, een korte dunne snavel en een ronde, blekere kop vermits de brede zwarte ’snorstreep’ niet doorloopt tot onder de snavel. De vlucht is zoals die van de Grote bonte specht, maar is hoger in de boomkruinen te zien en veel onrustiger. De soort zit vaak dwars op de takken van de bomen met een iets ineengedoken houding en afhangende staart. Door haar stille en weinig opvallende leefwijze - ze maakt immers weinig roffelgeluiden en heeft een korte roepperiode - wordt ze gemakkelijk over het hoofd gezien.

De Middelste bonte specht is een standvogel in continentaal Europa van Noord-Duitsland en Letland tot in Noord-Spanje en Griekenland, maar ontbreekt in het Verenigd Koninkrijk. Sinds een tiental jaar broedt de Middelste bonte specht plaatselijk in het zuidoosten van Nederland (Zuid-Limburg) en recent is ook Vlaanderen ‘gekoloniseerd’. Momenteel zijn er een aantal broedparen in het Meerdaalwoud, het Zoniënwoud, de Vlaamse Ardennen en de bossen van de Voerstreek. Van deze soort verwacht men dat ze zich in de toekomst nog zal uitbreiden. Jonge vogels zwermen in het najaar en ’s winters uit, waardoor potentiële nieuwe broedgebieden stelselmatig worden gekoloniseerd.

De belangrijkste bedreigingen zijn verstoring van de nestplaats, een hoge recreatiedruk, vernietiging van de nestboom omwille van veiligheid en een louter op houtproductie gericht bosbeheer met weinig staand dood hout.

Het ouder en structuurrijker worden van de bosgebieden in combinatie met een extensief bosbeheer waarbij dood hout niet langer wordt verwijderd, doet het aantal Middelste bonte spechten toenemen. Hierbij speelt vooral de aanwezigheid van gezonde, oude eiken een rol.

De soort is gebonden aan oude, structuurrijke loofbossen met loofhout met een ruwe stam zoals bv. eik, iep en els en met dood hout waarin zich heel wat grote insecten kunnen ophouden. Loofbossen op rijke bodem in het laagland hebben de voorkeur, maar hierbuiten komt de soort ook voor in bossen met voldoende dikke bomen (35 cm diameter op borsthoogte) en veel dode zijtakken begroeid met mossen en korstmossen. Zoals de andere spechten is het een holenbroeder. Het nest wordt uitgehakt in vermolmde of rotte plekken van oude bomen. Het voedsel bestaat uit insecten die vooral opgespoord worden op ruwe schors en tussen de bladeren, aangevuld met o.a. boomsappen.

Jaarlijkse broedvogel