Hazelmuis

Muscardinus avellanarius
Fauna
Zoogdieren

+

Uitbreiding van het huidige areaal

+

Uitbreiding van de huidige populatie

+

Oplossen van versnippering, tekort aan kwaliteit van het leefgebied. Geen extra oppervlakte leefgebied nodig naast de vooropgestelde extra oppervlaktes Europees te beschermen habitats en leefgebied van andere Europees te beschermen soorten en de algemene kwaliteitsverbetering ten gevolge van het huidige milieubeleid.

De Hazelmuis is in Vlaanderen de kleinste vertegenwoordiger van de slaapmuizen, en heeft ongeveer de grootte van een Bosmuis. Het dier heeft een zeer pluizig uiterlijk door zijn oranjebruine, donzige vacht en dikke, behaarde staart die ongeveer even lang is als de lichaamslengte (max. 8 cm).

De Hazelmuis komt vooral voor in Centraal- en Zuidoost-Europa, met als westgrens Zuidwest-Frankrijk en als noordgrens Zuid-Zweden. In Vlaanderen is haar aanwezigheid beperkt tot de provincies Vlaams-Brabant (geen recente waarnemingen meer) en Limburg (wellicht uitsluitend nog in Voeren). Mogelijk is de verspreiding in deze provincies nog onvoldoende gekend.

De populatiedichtheden zijn meestal zeer laag ( 5 à 10 dieren/ha) zodat de populaties gemakkelijk kunnen uitsterven. Door grootschalig bosbeheer en abrupte overgangen tussen bos en open gebied (paden, wegen, weiden, akkers) gaat geschikt leefgebied verloren en treedt versnippering van de populatie op. Het klepelen of maaien van braamstruwelen of verdwijnen van geschikte voedselbomen in het leefgebied kan nefast zijn. Door een nietsdoenbeheer evolueert het leefgebied naar gesloten bos, wat onvoldoende is om jaarrond een populatie te herbergen.

Hazelmuispopulaties vergen een gericht, kleinschalig beheer. Tegelijk dienen binnen het leefgebied steeds de noodzakelijke vegetatiestructuren (bomen, struiken, bramen, ondergroei) en voldoende voedselbomen aanwezig te zijn. Het microklimaat is bij voorkeur zonnig en beschut. Herstel van brede houtkanten tussen bossen, in combinatie met een gericht bosrandenbeheer kan bijdragen aan de verbinding van geïsoleerde populaties of uitbreiding van de populatie. Voor het overbruggen van brede, drukke wegen, zijn faunapassages mogelijk gunstig.

De nachtactieve Hazelmuis wordt voornamelijk gevonden in structuurrijke, gemengde bossen en struweelrijke bosranden. Het is een goede klimmer die zich overwegend door de vegetatie en niet over de grond verplaatst. Hazelmuizen hebben een beperkt leefgebied van ca. 3.000 m2 en zijn vrij honkvast. De soort maakt bij voorkeur een broednest en enkele, verspreid gelegen slaapnesten in stekelige struiken zoals bramen en Sleedoorn. In het koude seizoen houdt de Hazelmuis een winterslaap in een speciaal daarvoor op de grond gemaakt winternest. De Hazelmuis is gevoelig voor klimaatschommelingen: koud weer beperkt de foerageeractiviteit en het dier gaat snel in een gedeeltelijke slaaptoestand; zon en temperatuur beïnvloeden ook het rijpen van het voedsel dat voornamelijk bestaat uit vruchten, zaden en noten (vooral hazelnoten). Daarnaast eten ze ook wel knoppen, schors en insecten. In tegenstelling tot de meeste andere knaagdieren heeft de Hazelmuis gemiddeld slechts één worp van 4 à 5 jongen, die 6 tot 8 weken door de moeder verzorgd worden.