Waarschuwingsbericht

The subscription service is currently unavailable. Please try again later.

Vastgelegde ontkalkte duinen (2150)

Volledig ontkalkte duinen komen slechts op een zeer beperkt aantal plaatsen voor in de oudste duinrelicten langs de Vlaamse kust. In deze gebieden is door eeuwenlange kalkuitloging de bodem sterk verzuurd en komen van nature vegetaties voor die gelijkenis vertonen met de heiden van de zure zandbodems in het binnenland. Door historische landbouwactiviteit in de duinen, die gepaard ging met een lichte bemesting, zijn delen van deze heidevegetaties de voorbije eeuwen geëvolueerd naar andere types zoals zuur Struisgras-grasland, Dwerghavervegetaties, heischraal grasland en zure mosduinen, die allen tot habitattype 2130 worden gerekend

Kustduinen
2150
Atlantische vastgelegde ontkalkte duinen (Calluno-Ulicetea)
Vastgelegde ontkalkte duinen

Volledig ontkalkte duinen komen slechts op een zeer beperkt aantal plaatsen voor in de oudste duinrelicten langs de Vlaamse kust. In deze gebieden is door eeuwenlange kalkuitloging de bodem sterk verzuurd en komen van nature vegetaties voor die gelijkenis vertonen met de heiden van de zure zandbodems in het binnenland. Door historische landbouwactiviteit in de duinen, die gepaard ging met een lichte bemesting, zijn delen van deze heidevegetaties de voorbije eeuwen geëvolueerd naar andere types zoals zuur Struisgras-grasland, Dwerghavervegetaties, heischraal grasland en zure mosduinen, die allen tot habitattype 2130 worden gerekend. Andere delen gingen meer recent verloren door landbouwintensivering, verbossing, vergraving of verkaveling, zodat dit habitattype nog slechts met enkele kleine relicten aan de Vlaamse kust aanwezig is. De totale oppervlakte aan Struikheivegetaties beslaat actueel niet meer dan enkele vierkante meters, doorgaans omringd door zuurminnend duingrasland en mosduin (habitattype 2130). Historische duinheiden zijn enkel gedocumenteerd van Westende (Schuddebeurze) en Bredene/De Haan (d’Heye). Het waren soortenarme begroeiingen gedomineerd door Struikhei en eventueel wat Brem in mozaïek met grazige vegetaties van o.a. Tandjesgras en Zandzegge. In natte tot vochtige zones traden overgangen op naar schraalgraslanden met Borstelgras en Drienervige zegge, elders naar Kruipwilgvegetaties of naar mosduinen met Klein tasjeskruid en korstmossen zoals Gewoon kraakloof en diverse Rendiermos-, Heidestaartje- en Bekermossoorten. De relictmatige aanwezigheid van Struikhei net over de Franse grens, maakt ook een vroegere duinheidevegetatie op de fossiele duinen van Adinkerke (Cabour) aannemelijk. In verruigde, ontkalkte en nooit bemeste duingraslanden zijn de potenties het grootst voor een natuurlijk herstel van het habitattype. Zowel in de Schuddebeurze (Westende) als in d’Heye (Bredene) breidt Struikhei actueel terug uit dankzij het gevoerde herstelbeheer.

In Vlaanderen is dit habitattype in oppervlakte slechts marginaal aanwezig: enkele kleine fragmenten zijn bewaard gebleven in de binnenduinen van Westende (Schuddebeurze) en de binnenduinen van Bredene-De Haan (d'Heye).

Het beheer van goed ontwikkelde duinheiden bestaat uit extensieve begrazing of een maaibeheer. Een occasioneel plagbeheer kan eventueel wenselijk zijn om accumulatie van nutriënten in de toplaag van de bodem te vermijden.

- Nietsdoen-beheer en bemesting (ook atmosferische stikstofdepositie) leiden tot vergrassing en verruiging. - Overbetreding door recreanten. - Overbegrazing (cf. mogelijk verdwijnen van duinheide in Adinkerke door eeuwenlang gebruik als konijnenwarande). - Intensief landbouwgebruik van de oude binnenduinen is oorzaak van habitatverlies.

Herstel is alleen mogelijk in oude duinen waar gedurende minstens enkele eeuwen kalkuitloging optrad. Delen van de duingebieden d’Heye en Schuddebeurze die nooit in cultuur zijn gebracht, bieden goede potenties. In de Cabourduinen komt actueel geen Struikhei voor, maar de abiotische voorwaarden zijn wel aanwezig. Bovendien komt hier Struikhei voor aan de Franse zijde van hetzelfde duinenmassief. Voor heideherstel op vergraste, vervilte of bemeste duingraslanden is afplaggen van de toplaag aangewezen, gevolgd door een begrazingsbeheer.

Het habitattype komt tot ontwikkeling op zure, voedselarme, droge tot vochtige duingronden waar gedurende vele eeuwen kalkuitloging optrad.

** Voor advisering in het kader van de passende beoordeling wordt uitsluitend gebruik gemaakt van de referentiewaarden die in de praktische wegwijzers zijn opgenomen.**