Wat houdt de PAS in?

2031einde van de eerste programmaperiode van de PAS

De aanpak die Vlaanderen heeft uitgewerkt, bestaat uit twee componenten:

Brongerichte maatregelen

Deze maatregelen moeten de uitstoot van stikstof beperken. Ze zijn op maat van heel Vlaanderen (sectoraal) of op maat van een gebied. Gebiedsspecifieke maatregelen vertrekken vanuit een gebiedsanalyse waarbij wordt nagegaan welke bronnen van stikstof aanwezig zijn, welke bijkomende reductie nodig is en welk reductiepotentieel er is.

Getroffen landbouwbedrijven kunnen beroep doen op flankerend beleid. Dat werd uitgewerkt ter ondersteuning van de bedrijven die zich dienen te heroriënteren, te verplaatsen of die wensen te stoppen. De acties die ondernomen worden inzake brongerichte maatregelen worden opgenomen in de Managementplannen.
 

Effectgerichte maatregelen

Deze maatregelen willen de gevolgen van het afzetten van stikstof in kwetsbare gebieden verzachten. De achteruitgang van habitats wordt tegengaan in afwachting van het terugdringen van de deposities. Er zijn twee grote groepen effectgerichte maatregelen:

  1. gericht op individuele percelen, opgenomen in een beheerplan
  2. gericht op een landschap in zijn geheel, zoals hydrologisch herstel

Ook de effectgerichte maatregelen worden in beeld gebracht via een gebiedsanalyse. De acties die hieruit voortvloeien worden opgenomen in de Managementplannen.
 

Een modelmatige aanpak

De combinatie van brongerichte en effectgerichte maatregelen bepaalt de speelruimte waarbinnen nog vergunningen kunnen worden verstrekt. Vlaanderen heeft een model (koppeling VLOPS-IFDM) ontwikkeld dat de achtergrondconcentraties aan stikstof en de individuele vergunningsaanvraag combineert om het stikstofeffect van de lokale bron in kaart te brengen. Dit gebeurt op basis van een online tool