Waarschuwingsbericht

The subscription service is currently unavailable. Please try again later.

Voortoets en passende beoordeling

34 miljoenjaarlijkse waarde van de CO2 in de biomassa van Natura 2000 (vermeden kosten)

Voortoets en passende beoordeling
Vlaanderen wil natuur van Europees belang alle kansen geven om zich te ontwikkelen in gebieden met een bijzondere bescherming. Het gaat om bepaalde habitats en soorten (en hun leefgebieden) in de Vogelrichtlijngebieden en Habitatrichtlijngebieden, ook wel Speciale Beschermingszones (SBZ) of Natura 2000-gebieden genoemd. Dat is nodig om de Europese natuurdoelen te realiseren.

Bij elke vergunningsplichtige activiteit gaan we na of er een negatieve impact kan zijn op die habitats en (leefgebieden van) soorten. Dit noemen we de passende beoordeling.

Die gebeurt in twee stappen:
-    de voortoets: een screening op hoofdlijnen
-    de passende beoordeling: een grondig onderzoek

Het resultaat van elke stap moet toegevoegd worden aan de vergunningsaanvraag.

Hoe pak je dit aan?
Is een activiteit vergunningsplichtig? Dan moet de vergunningsaanvrager aantonen dat zijn/haar project niet in conflict is met de Europese natuurdoelen. De meest voorkomende vergunningen zijn omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen, exploitatie of vegetatiewijziging.

Vaak volstaat de voortoets, waarbij met zeer grote ‘veiligheidsmarges’ de impact op Europese natuur wordt onderzocht.

De voortoets concludeert dat er:
-    zeker geen negatieve impact is
-    mogelijk een impact kan zijn

In dat laatste geval moet een grondig onderzoek uitgevoerd worden waarbij wordt aangetoond dat de impact niet betekenisvol is. Wijst het onderzoek uit dat een betekenisvolle, negatieve impact niet uitgesloten kan worden, dan kan het project in de huidige vorm niet vergund worden. De aanvrager kan dan eventueel (bijkomende) milderende maatregelen nemen totdat het mogelijke negatieve effect wegvalt, of de aanvrager kan het projectvoorstel herwerken.

Zowel de voortoets als het grondige onderzoek gaan dus na of het project negatieve gevolgen kan hebben voor de Europees te beschermen habitats en soorten in een SBZ. De rechtsgrond daarvoor vind je terug in art. 36ter §3 van het Natuurdecreet.

Belangrijk: neem als vergunningsaanvrager zelf het initiatief om de voortoets of het grondig onderzoek op te starten.

 

 

Passende Beoordeling in de vorm van de voortoets
De voortoets gaat na of geplande activiteiten kunnen conflicteren met de doelstellingen in de Natura 2000-gebieden (SBZ): “Kan de activiteit een impact genereren op een Habitatrichtlijngebied of een Vogelrichtlijngebied?” We kijken hierbij niet enkel naar de directe impact, maar ook naar de indirecte impact , bijvoorbeeld de impact van verdroging door bemaling van een bouwput. Als het antwoord op de vraag ’ja’ is, en een impact dus niet volledig uit te sluiten is, dan moet een grondige studie gebeuren in een passende beoordeling.

De overheid ontwikkelde hiervoor een onlinetool  waarin de vergunningsaanvrager via een vragenlijst zelf kan nagaan of zijn/haar project een impact kan hebben. Deze tool is voorlopig enkel bruikbaar om de effectgroepen direct ruimtebeslag, eutrofiëring via lucht, verzuring via lucht en wijzigingen grondwaterstand in te schatten op actuele habitats en mogelijke toekomstige habitats in een Habitatrichtlijngebied. De online tool is dus niet bruikbaar voor ingrepen die een impact kunnen hebben op een Vogelrichtlijngebied en is ook niet bruikbaar om de effecten op (leefgebieden van) soorten in een Habitatrichtlijngebied te toetsen.

De onlinevoortoetstool vind je op www.voortoets.be.
-    eenvoudig en laagdrempelig
-    kan zonder ondersteuning van een studiebureau of milieudeskundige
-    niet bruikbaar voor ingrepen die een impact kunnen hebben op een Vogelrichtlijngebied of op (leefgebieden van) soorten in een Habitatrichtlijngebied.
-    resultaat?

Geen impact? Bezorg dan het verslag aan de vergunningverlenende overheid. Dit wordt met de dossierstukken mee opgeladen in het omgevingsloket.

Wel mogelijke impact? Probeer als vergunningsaanvrager de activiteit aan te passen of neem extra maatregelen die de negatieve gevolgen beperken (‘milderende maatregelen’). De evaluatie van het effect van deze milderende maatregelen is voorwerp van een passende beoordeling. De milderende maatregelen moeten vastgelegd worden in de vergunning.

Bij vragen over het resultaat kan de aanvrager terecht bij Natuur en Bos.

Passende beoordeling in de vorm van een grondige studie
Werd er vastgesteld dat de geplande activiteiten een impactrisico op de Europese natuur inhouden? In een passende beoordeling wordt dan onderzocht wat de omvang is van de impact en of die kan leiden tot ‘betekenisvolle aantasting’ van de natuurlijke kenmerken van de speciale beschermingszones (Habitat- of Vogelrichtlijngebieden). Als de activiteit de realisatie van de Europese natuurdoelen onmogelijk maakt, of als de kans hiertoe bestaat, dan is er sprake van ‘betekenisvolle aantasting’.

Zo pak je het grondig onderzoek best aan:
-    werk via gerichte modellen en gedetailleerde berekeningen.
-    de omzendbrief passende beoordeling dient als kader.
-    overweeg zeker om je bij het grondig onderzoek te laten ondersteunen door een studiebureau of milieu-expert.
-    maak gebruik van de praktische wegwijzers. Dat zijn leidraden om de passende beoordeling zo correct mogelijk op te stellen.
-    er zijn geen specifieke vormvereisten of vaste formats. Wel moet de inhoud voldoen om een uitspraak te kunnen doen over de impact, met de leidraad in de praktische wegwijzers als hulpmiddel. De conclusie van het onderzoek moet ondubbelzinnig een betekenisvolle, negatieve impact uitsluiten, of niet.
-    leg de passende beoordeling vóór de aanvraag van de omgevingsvergunning gerust voor aan Natuur en Bos. Dit noemen we het ‘pré-advies’.
-    bezorg als vergunningsaanvrager de passende beoordeling samen met het dossier van de aanvraag aan de vergunningverlenende overheid. Laad de passende beoordeling mee op in het omgevingsloket.