Veelgestelde vragen

In Vlaanderen komen 47 te beschermen habitattypes op grond van de Habitatrichtlijn voor. Bovendien komen er 109 plant- en diersoorten voor waarvoor een instandhoudingsbeleid moet uitgewerkt worden. Samen vereisen die ongeveer 100.000 ha ‘natuur’. Een deel van die natuur bestaat al en moet enkel verder beheerd of beter beheerd worden.

Anders dan in veel andere Europese lidstaten gaat het echter voor een belangrijk deel om oppervlaktes die bijkomend gecreëerd moeten worden, door omvorming van natuur die geen Europese bescherming geniet of van andere landgebruiken. Dat is te wijten aan de sterke versnippering van het landgebruik in Vlaanderen, waardoor individuele habitatvlekken vaak te klein zijn om lokaal naar een gunstige staat van instandhouding te kunnen evolueren.

Afgerond zal ongeveer 100.000 hectare moeten bijdragen aan de gunstige staat van de habitattypes, met een verhouding 55/45 tussen bestaand en nieuw habitat. Daarnaast komen binnen en buiten het Natura 2000-netwerk nog eens 25.000 hectare verspreide habitatsnippers voor. Die zijn en blijven te klein om bij te dragen tot de gunstige staat van instandhouding. Voor de leefgebieden van Europees beschermde soorten is bovenop de uitbreiding aan habitats nog een uitbreiding met 4000 à 7000 hectare aan regionaal belangrijke biotopen vereist.

Van bij de start van het proces van het vastleggen en realiseren van de Europese natuurdoelen is de socio-economische context in overweging genomen. Alle betrokken sectoren werden onmiddellijk bij het overleg betrokken om de verschillende perspectieven in beeld te brengen. Bij de spreiding en allocatie van de Europese natuurdoelen wordt actief rekening gehouden met de socio-economische context via verschillende modellen die opgebouwd zijn in overleg met meerdere sectoren.

De toewijzing van doelen per speciale beschermingszone (SBZ) is gebeurd op basis van een uitgebreid participatief traject en vastgelegd in uitvoeringsbesluiten die goedgekeurd werden door de Vlaamse regering. Om de zes jaar wordt alles grondig geëvalueerd en wordt er een balans opgemaakt met eventuele aanpassingen van de besluiten. Na overleg kunnen er dus natuurdoelen verschoven worden binnen een SBZ.

Elke regio in België en alle lidstaten in Europa hebben hun eigen verantwoordelijkheid in het kader van Natura 2000. De Vlaamse natuurdoelen kunnen dan ook enkel gerealiseerd worden binnen Vlaanderen. Vanuit de Europese netwerkgedachte proberen we bij het realiseren van de natuurdoelen natuurlijk zoveel mogelijk aan te sluiten bij de omliggende natuurwaarden. We voeren daarover ook overleg met de overheden aan de ‘andere kant van de grens’.

In de rapporten wordt, tenzij slechts één locatie mogelijk is, niet bepaald op welke locatie de doelstellingen gerealiseerd moeten worden. Het realiseren van deze doelstellingen kan op vele manieren gebeuren, afhankelijk van gebruiker/eigenaar en tijdstip. Om de flexibiliteit van de realisatie niet te hypothekeren, worden de doelstellingen niet gealloceerd, maar zal in de fase van de realisatie in overleg afgesproken worden waar welke doelstellingen precies gerealiseerd zullen worden. Om een optimale ruimtelijke plaatsing van de doelen te realiseren wordt gewerkt met een zoekzone.

De realisatie (allocatie) van de Europese natuurdoelen die gekoppeld zijn aan SBZ’s gebeurt in regel binnen SBZ’s. Soms kan het wel noodzakelijk zijn om inspanningen te doen buiten SBZ’s, bijvoorbeeld om goede milieucondities te bereiken of om  bepaalde kernen te verbinden voor een goede staat van instandhouding.

Bestaande habitats buiten SBZ’s moeten behouden blijven en kunnen in bepaalde gevallen ook uitbreiden, bijvoorbeeld om een gunstige staat van instandhouding te bereiken. Voor o.a. boshabitats moet zelfs een belangrijk deel van de realisatie buiten SBZ’s gebeuren, meer bepaald 23.000 ha bosdoelen. Over de aanpak van de realisatie van die doelen buiten SBZ’s worden nog afspraken gemaakt op Vlaams niveau.

Ter onderbouwing van de Europse natuurdoelen, die door de Vlaamse Regering zijn vastgelegd,  is een onderbouwend rapport opgemaakt. Enkel dit besluit heeft een juridisch en dus bindend karakter.
Het rapport is opgesteld door het Agentschap voor Natuur en Bos, in samenwerking met de wetenschappelijke terreinkenners en medewerkers van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.  De zogenoemde Wetenschappelijke Begeleidingscommissie (WBX) onder leiding van het voormalige kabinet van de minister bevoegd voor Leefmilieu en Natuurbehoud, heeft onderzocht of het rapport correct wetenschappelijk onderbouwd werd. In deze commissie zetelden vertegenwoordigers van de sectoren uit de Vlaamse Overleggroep die, elk met hun expertise, het rapport vanuit een wetenschappelijke benadering bekijken.  Na deze wetenschappelijke toets zijn de Europese natuurdoelen voorgelegd aan het zogenaamd Bovenlokaal overleg. Meer informatie over het gevoerde overleg, vind je op https://www.natura2000.vlaanderen.be/het-gevoerde-proces-0