Veelgestelde vragen

De ambitie en visie van het ANB is om alle actoren blijvend te betrekken bij de realisatie van de Europese natuurdoelen. In  de opstartfase van het gebiedsgericht overleg werd samen een stand van zaken en een agenda voor de toekomst opgemaakt. Per actie werd  bepaald welke actoren betrokken moeten worden.

Afhankelijk van de resultaten van deze fase zal het verder overleg op maat gemaakt worden van elk gebied . Het is in ieder geval duidelijk dat de overlegplatforms ook in de toekomst een belangrijke rol blijven spelen in de opvolging van de implementatie. Ze zullen het forum zijn waarop afspraken gemaakt en opgevolgd worden.

Net zoals voor de andere soorten, zijn voor de oppervlaktebehoevende soorten de doelen in de specifieke instandhoudingsdoelstellingen besluiten (S-IHD) opgenomen. De  oppervlaktes kunnen afgeleid worden uit de rapporten die de criteria voor de beoordeling van de staat van instandhouding beschrijven (INBO.R.2008.35; INBO.R.2008.36). In deze rapporten wordt telkens met een oppervlaktevork gewerkt. Het is immers vaak onmogelijk om een exacte oppervlakte aan bijvoorbeeld een broedpaar of een populatie toe te schrijven aangezien dit afhankelijk is van vele factoren.
 

De actuele leefgebieden van de oppervlaktebehoevende soorten binnen die beschermingszones waar ze tot doel gesteld zijn in het S-IHD-besluit, worden weergegeven in managementplan 1.1 en ook geïmplementeerd in het zoekzonemodel. Voor vier van deze soorten (grauwe klauwier, roerdomp, kwartelkoning en porseleinhoen) wordt in het zoekzonemodel ook met een reservatiezone gewerkt voor die gebieden waar er, naast eventueel actueel voorkomen , een bijkomend doel is.

Prioritaire inspanningen zijn in het Europese natuurdoelenrapport geformuleerd als noodzakelijk voor het bereiken van de doelen. De prioritaire inspanningen zijn opgenomen in het Europese natuurdoelenbesluit en zijn dan ook richtinggevend voor de realisatie van de natuurdoelen op het terrein. Een inspanning bestaat of kan bestaan uit meerdere acties.

Tot de sterkste schouders behoren niet enkel het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en Natuurpunt, maar ook andere openbare besturen (zoals steden en gemeenten, provincies) en de andere terreinbeherende verenigingen (zoals vzw Durme, Limburgs Landschap, Lila, Orchis).
 

Voor de managementplannen 1.1 worden enkel de beheerplannen van de sterkste schouders gescreend. In een volgende fase - de voorbereiding van de managementplannen 1.2 - zullen ook de (bos)beheerplannen van privé-eigenaars gescreend worden en zal aan hen gevraagd worden of ze de Europese natuurdoelen mee willen realiseren. Indien ja, dan wordt het beheerplan meteen aangepast of wordt een overeenkomst gesloten tussen het ANB en de eigenaar, waarin de eigenaar zich engageert om binnen een periode van drie jaar een natuurbeheerplan op te maken.