De afwijkingsprocedure

116.000geraamde hoeveelheid fosfor vastgehouden in de bodem van Natura 2000 in Vlaanderen

Als op basis van de passende beoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit leidt tot een betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied, dient in eerste instantie te worden nagegaan of deze aantasting kan gemilderd worden zodat er niet langer een negatieve invloed bestaat.

Als de betekenisvolle aantasting, ondanks het nemen van milderende of verzachtende maatregelen, niet kan worden herleid tot een aanvaardbaar, niet-betekenisvol niveau kan de activiteit, het plan of programma in principe niet doorgaan. Er bestaat echter een afwijkingsprocedure waarbij dergelijke activiteiten, plannen of programma’s, die aan bepaalde voorwaarden voldoen, toch kunnen plaatsvinden. Artikel 36ter van het Natuurdecreet geeft de stappen aan die daarvoor in onderstaande volgorde moeten doorlopen worden.

Stap 1: onderzoek naar alternatieven

Deze stap bestaat erin te onderzoeken of het mogelijk is een alternatieve oplossing toe te passen die minder schadelijk is voor de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied. Dit alternatievenonderzoek kan onder andere gaan over een andere locatie of een alternatief tracé, een wijziging van de schaal of de opzet van de activiteit, het plan of programma of alternatieve procedés. Ook de nul-optie, het achterwege laten van een activiteit of infrastructuur, dient onderzocht te worden.

De beoordeling van de alternatieve oplossingen is een zaak van de gewestelijke bevoegde instanties. In deze fase kunnen andere evaluatiecriteria (bv. economische) geen voorrang hebben op de ecologische criteria.

Stap 2: dwingende redenen van groot openbaar belang?

Wanneer alternatieve oplossingen ontbreken, onderzoekt men of er eventuele ‘dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard’ zijn, die de uitvoering van de betrokken activiteit, het plan of programma noodzakelijk maken.

Alleen redenen van openbaar belang die meer doorwegen dan de natuurdoelen voor het betrokken gebied kunnen dwingend zijn. Men mag redelijkerwijs aannemen dat die betrekking hebben op situaties waarin de voorgenomen activiteiten, plannen of projecten aantoonbaar onontbeerlijk zijn:

  • in het kader van maatregelen of beleidsopties die gericht zijn op de bescherming van voor het leven van de burger fundamentele waarden (gezondheid, veiligheid, milieu)
  • in het kader van fundamentele beleidsmaatregelen voor de staat en de samenleving
  • in het kader van de uitvoering van economische of maatschappelijke activiteiten waardoor specifieke openbare dienstverplichtingen worden nagekomen

Voor de aanwezigheid van een reden van groot openbaar belang moeten de bevoegde instanties het bewijs leveren. Het is echter uiteindelijk de Vlaamse regering die moet beslissen over het bestaan van een dwingende reden van groot openbaar belang.

Stap 3: compenserende maatregelen

Wanneer er geen alternatieven zijn en het om dwingende redenen van groot openbaar belang gaat, moeten er gepaste natuurcompensaties worden gerealiseerd die het betekenisvolle verlies door de geplande activiteit opvangen. Op die manier wordt het behoud van een gunstige staat van instandhouding gegarandeerd. De compenserende maatregelen moeten genomen zijn vooraleer de vergunningsplichtige activiteit kan worden toegestaan of het plan of programma kan worden goedgekeurd. Dat houdt in dat het resultaat van de compensatie in principe al een feit moet zijn op het moment waarop het betrokken gebied schade ondervindt. Zo blijven samenhang en doelstellingen van het Natura 2000-netwerk bewaard.